– Bijna 80 procent van de Thoolse bevolking is van mening dat het gemeentebestuur de nieuwe bezuinigingen op sociaal gebied niet kan afwentelen op de bevolking door van hen meer vrijwilligerswerk in hun wijk of dorp te verlangen. Dat blijkt uit steekproeven die de SP Tholen in de maand september heeft gehouden in drie wijken in Sint Maartensdijk, Tholen en Oud-Vossemeer.
De uitslag bevestigt het vermoeden van de SP, maar staat haaks op de mening die B&W verkondigen in de onlangs verschenen Hervormingsagenda. Daarin schrijven ze dat de overheid wél meer eigen verantwoordelijkheid kan vragen als het gaat om de sociaalzwakkeren. Letterlijk staat er: ‘Ja, dat kan als er sprake is van een samenleving waarin zorg is voor de medemens. Tholen is zo’n samenleving. Een sterke gemeenschapszin, waar oog is voor de medemens en waar zorg is voor elkaar.’

Annie Vogelaar heeft bij de behandeling van deze bezuinigingsagenda in de gemeenteraad er al op gewezen dat B&W de situatie veel te rooskleurig voorstellen. Immers, in het pas verschenen Gezondheidsrapport Tholen staat dat 4 van de 10 volwassenen aangeven dat ze zich niet verbonden voelen met hun buurt. Annie: ‘Dan kun je niet verwachten dat deze mensen zich wel bekommeren om een oude buurvrouw of de kinderen van een straat verder op. De gemeente heeft hier een belangrijke rol. Dat kunnen we niet overlaten aan de samenleving zelf, want dan gaan we terug naar de treurige tijd waarin de zwakken afhankelijk waren van de liefdadigheid van anderen. Dat betekent dat er mensen buiten de boot gaan vallen. Vereenzaming en vervuiling liggen dan op de loer.’
Uit de enquête van de SP bleek overigens dat 52% van de ondervraagden al vrijwilligerswerk doet. Daarbij was het opvallend dat een flink deel van de groep, die vond dat de gemeente wél een beroep op de burger mag doen, zelf géén vrijwilligerswerk doet en er ook geen tijd voor zei te hebben.
Op de vraag of men (extra) tijd zou kunnen vrijmaken om (nog meer) vrijwilligerswerk te doen, reageerde 70 % negatief. Vaak omdat ze het te druk hebben met hun werk, of omdat ze al veel tijd steken in vrijwilligerswerk, maar ook omdat ze er lichamelijk niet meer toe in staat zijn en soms omdat ze zelf hulpbehoevend zijn.
